SK SoftwareKeys.nl

14 augustus 2026

Rechtsvermoeden zzp: tariefgrens 38 euro

Het rechtsvermoeden voor zelfstandigen gaat 31 december in, met een tariefgrens van ongeveer 38 euro per uur. Wat dat betekent voor lopende opdrachten.

Op 31 december 2026 treedt het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van het uurtarief in werking. Verdien je als zelfstandige minder dan de tariefgrens, dan kun je je vanaf die datum beroepen op het vermoeden dat je eigenlijk werknemer bent. De bewijslast verhuist daarmee naar de opdrachtgever: die moet aantonen dat er ondanks dat lage tarief géén arbeidsovereenkomst is. Lukt dat niet, dan kan de werkende aanspraak maken op werknemersrechten als loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. De ingangsdatum werd deze week bekend.

In de wet staat een basisbedrag van 36 euro per uur. Dat bedrag wordt geïndexeerd met de ontwikkeling van het minimumloon en naar boven afgerond, waardoor er voorlopig van ongeveer 38 euro wordt uitgegaan. Het definitieve bedrag hangt af van de indexatie die op de ingangsdatum geldt. De regeling geldt alleen bij zakelijke opdrachtgevers; werk je rechtstreeks voor particulieren, dan val je er niet onder.

Het detail dat de meeste ondernemers gaan missen

Er zit één zin in de regeling die 31 december van een startdatum in een peildatum verandert: het rechtsvermoeden geldt ook voor opdrachten die op die dag al lopen.

Dat is een groot verschil. Bij een startdatum kijk je naar wat je hierna afspreekt. Bij een peildatum kijk je naar je hele huidige klantenbestand. Elke doorlopende opdracht onder de grens die je op oudejaarsdag nog hebt staan, valt er dus vanaf dag één onder. Wie denkt “dat regel ik in het nieuwe jaar wel”, regelt het te laat.

Reken het even door voor jezelf

Neem een tarief van 35 euro per uur bij een zakelijke opdrachtgever, twee dagen per week. Dat is 16 uur, dus 560 euro per week en ruwweg 2.400 euro per maand bij die ene klant. Je zit onder de verwachte grens van ongeveer 38 euro, dus die opdracht valt straks onder het rechtsvermoeden.

Om erboven te komen moet je naar 38 euro. Op 16 uur is dat 48 euro per week erbij, zo’n 200 euro per maand. Voor de opdrachtgever is dat een verhoging van bijna 9 procent. Dat is een gesprek dat je in september makkelijker voert dan in de derde week van december, als iedereen al met budgetten voor het nieuwe jaar bezig is.

Belangrijk: dat tarief opplussen is geen vrijbrief. Een bedrag boven de grens betekent niet automatisch dat je juridisch als zelfstandige geldt. Ook dan blijft bepalend hoe de opdracht in de praktijk wordt uitgevoerd: wie bepaalt je werktijden, wie geeft aanwijzingen, doe je hetzelfde werk als mensen in loondienst, kun je je laten vervangen. Boven de grens ben je alleen het vermoeden kwijt, niet de toets.

Waarom nu, en niet over twee jaar

De invoering op 31 december hangt samen met afspraken die Nederland heeft gemaakt binnen het Europese Herstel- en Veerkrachtplan. Dat verklaart de wat vreemde datum, precies op de laatste dag van het jaar. Het verklaart ook waarom je er weinig op hoeft te rekenen dat dit alsnog wordt uitgesteld: er hangt Europees geld aan vast.

De cijfers eromheen zijn beter dan je zou denken

Ondertussen is het beeld van het bedrijfsleven niet somber. Het CBS registreerde in juli 282 uitgesproken faillissementen, tegen 383 in juni. Gecorrigeerd voor het wisselende aantal zittingsdagen daalde het van 333 naar 295, en ook ten opzichte van juli vorig jaar (334) is dat een daling. Bij eenmanszaken werden in juli 35 faillissementen uitgesproken, tegen 49 in juni.

Eén nuance hoort erbij, en dat is het soort detail dat in samenvattingen wegvalt: gecorrigeerd voor zittingsdagen steeg het aantal faillissementen van eenmanszaken juist licht, van 34 in juli 2025 naar 37 in juli 2026. Het bedrijfsleven als geheel gaat vooruit, de kleinste ondernemers niet. Voor jou als zzp’er is het risico bovendien niet je eigen faillissement maar dat van je opdrachtgever: die neemt je openstaande facturen mee.

Wat je vóór december geregeld wilt hebben

  1. Zet al je lopende opdrachten met een zakelijke opdrachtgever op een rij, met het uurtarief erbij. Werk je op dagtarief of vaste prijs, reken die dan om naar een uurtarief op basis van de uren die je er echt in stopt.
  2. Markeer alles onder de 38 euro. Dat is je werklijst, en de kans is groot dat het er meer zijn dan je dacht zodra je op werkelijke uren rekent.
  3. Voer het tariefgesprek in september of oktober, niet in december. Noem de datum en de reden; opdrachtgevers die het nog niet weten, willen dit ook niet als verrassing.
  4. Leg de praktijk vast, niet alleen de prijs: eigen werktijden, eigen middelen, meerdere opdrachtgevers, de mogelijkheid je te laten vervangen. Dat is waar het uiteindelijk op wordt beoordeeld.
  5. Zorg dat je die uren überhaupt kunt laten zien. Zonder urenregistratie per opdracht heb je geen onderbouwing, alleen een herinnering.

Dat laatste punt is saai en het is het belangrijkste. Wie zijn uren en werkbonnen per klant bijhoudt in plaats van in een schrift achteraf, kan in vijf minuten aantonen hoe een opdracht in elkaar zat. Doe je dat nog handmatig, dan is dit een prima aanleiding om je klussenadministratie op orde te brengen of te kijken naar klussenbeheersoftware voor zzp’ers. En als je toch bezig bent: het opruimen van dat soort terugkerend administratief werk levert per week meer op dan de tariefdiscussie, zoals we lieten zien bij werk automatiseren als ondernemer.

De gouden regel voor de komende maanden: behandel 31 december niet als de dag waarop iets ingaat, maar als de dag waarop iemand naar je administratie kan kijken. Dan doe je vanzelf het goede werk in het najaar.